Joppe
Joppe is al twaalf jaar jong, want oud? Dat woord kent hij niet. Soms vergeet hij gewoon even dat zijn poten niet meer zo snel zijn als vroeger. Dan rent hij achter een vlinder aan alsof hij nog drie is, maakt een sprongetje, en kijkt daarna even verbaasd om zich heen: “Hee… dat voelde toch net wat anders dan vroeger.”
Maar Joppe laat zich nergens door tegenhouden. Hij is vrolijk, zachtaardig en heeft één van zijn mooiste talenten tot in de puntjes ontwikkeld: praten met zijn ogen.
Met één blik zegt hij alles.
“Mag ik mee?”
“Ik vind je lief.”
“Zullen we knuffelen?”
Of: “Nee hoor, ik heb die koek niet gepakt… écht niet.”
Iedereen die hem kent, smelt. Want Joppe is een knuffelbeer van top tot teen. Hij leunt tegen je aan alsof hij van je wil zeggen: “Hier ben ik. Altijd.” En als hij zijn kop op je schoot legt, is het alsof de tijd even stopt. Alleen jij, Joppe, en het zachte ritme van zijn adem.
In huis is hij de wijze vriend, de zachte schaduw die alles in de gaten houdt. Hij weet waar iedereen is, en voelt meteen als er iemand even niet zo lekker zit. Dan komt hij dichterbij, met zijn ogen vol begrip, en zonder iets te zeggen voel je: alles is goed.
Want dat is Joppe.
Lief. Levenswijs.
En nog steeds een beetje jong van binnen.